ADHD

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Het wordt ook wel aandachtstekort-hyperkinetischestoornis of aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis genoemd. Het aandachtstekort betekent niet dat de persoon met ADHD te weinig aandacht krijgt, maar juist dat hij of zij onvoldoende aandacht schenkt aan de omgeving. Daardoor is het lastig om de aandacht bij één ding tegelijk te houden (concentratiegebrek). Een ADHD'er wordt snel afgeleid, ervaart vaak lichamelijke en geestelijke onrust en impulsiviteit. Er kan ook sprake zijn van een overmatige beweeglijkheid in de vorm van het maken van grote bewegingen met benen of armen en het friemelen met de vingers of handen. Bij autismespectrumstoornissen komt comorbiditeit vaak voor. Kenmerken van ADHD komen vaker voor bij mensen met autisme. Sommige kenmerken van ADHD en Autisme overlappen elkaar. Denk bijvoorbeeld aan trage taalontwikkeling, moeizame omgang met anderen en problemen met plannen en organiseren. Mensen met autisme en ADHD
ondervinden niet alleen hinder van hun autisme in het alledaagse functioneren, maar ook van de ADHD. Dat betekent dat ze aandachts- en concentratieproblemen hebben, moeite met plannen en organiseren en mogelijk ook impulsiviteit en hyperactiviteit. Van die laatste twee heeft niet iedereen last. Je ziet het vooral bij jonge kinderen. Dit wordt meestal minder als kinderen ouder worden. Op volwassen leeftijd komen impulsiviteit en hyperactiviteit minder voor. De aandachtsproblemen en moeite met organiseren en plannen blijven meestal wel.
Medicatie kan meestal duidelijke verbetering geven van de ADHD klachten. Veel mensen ervaren hiervan een positief effect. Daarnaast zijn er ook cognitieve gedragstherapeutische trainingen gebaseerd op het stop-denk-doe principe waarvan de effectiviteit is aangetoond; zeker in combinatie met medicatie is dat vrij effectief.