Autismespectrumstoornis

De term autismespectrumstoornis omvatte volgens de DSM-IV de volgende stoornissen binnen het autismespectrum: autistische stoornis, de stoornis van Asperger en de pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS). In de DSM-IV-TR werd naar deze stoornissen verwezen als ‘pervasieve ontwikkelingsstoornissen’. Met de invoering van de DSM-5 zijn de subtypes binnen het autismespectrum, zoals de autistische stoornis, de stoornis van Asperger en PDD-NOS vervallen. Binnen de website van het Autisme Expertisecentrum is ervoor gekozen de term autisme te gebruiken als overkoepelende term voor de autismespectrumstoornis. Autisme is een ontwikkelingsstoornis. Afhankelijk van de ernst kan autisme op verschillende leeftijden aan het licht komen. De overgrote meerderheid wordt vastgesteld gedurende de kindertijd. In de DSM-IV-TR werd autisme gedefinieerd aan de hand van drie gebieden: sociale interactie, communicatie en stereotypieën (zie autistische stoornis). In de DSM-5 is dit gecomprimeerd tot twee domeinen: sociale communicatie en stereotype patronen van gedrag. Autisme treft niet alle ontwikkelingsgebieden in gelijke mate of tegelijkertijd. Daarom uit autisme zich bij ieder mens anders. We spreken dan ook van een ‘spectrum’ van autistische stoornissen. Naast problemen in de bovengenoemde kerndomeinen van autisme, spelen er ook vaak problemen op andere ontwikkelingsgebieden. Dit wordt ook wel comorbiditeit genoemd.

Met de DSM-5 is er in vergelijking met de DSM-IV-TR  sprake van de volgende veranderingen bij de classificatie van autisme:

  1. De voormalige diagnostische classificaties, ‘autistische stoornis’, ‘stoornis van Asperger’, en ‘pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven’ worden vervangen door één overkoepelende classificatie namelijk: autismespectrumstoornis.

  2. De stoornis van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd verdwijnen als aparte classificatie uit de categorie autismespectrumstoornis.

  3. De hoofdgroepen (domeinen) van criteria voor autismespectrumstoornis worden teruggebracht van drie naar twee. De hoofdgroepen kwalitatieve tekortkomingen in sociale interacties en communicatie worden samengevoegd tot één hoofdgroep. De tweede hoofdgroep is stereotiepe patronen van gedrag. Het aantal symptoomcriteria is teruggebracht van twaalf naar zeven.

  4. Er moet nu aan alle drie criteria in het domein van sociale interacties en communicatie worden voldaan.

  5. In het domein van sociale interacties en communicatie zijn oude (overlappende) criteria samengevoegd.

  6. In het domein van sociale interacties en communicatie is het criterium over afwijkende taalontwikkeling vervallen.

  7. In het domein van sociale interacties en communicatie is het criterium heid van gevarieerd spontaan fantasiespel of sociaal imiterend spel vervallen.

  8. In het domein van de stereotiepe patronen van gedrag moet aan ten minste twee van de vier criteria worden voldaan.

  9. In het domein van stereotiepe patronen van gedrag zijn nu ook criteria over taalstereotypie opgenomen.

  10. In het domein van de stereotiepe patronen van gedrag is over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels opgenomen.

  11. Er worden niveaus van ernst aangegeven.

  12. Er is een nieuwe classificatie die niet onder de autismespectrumstoornis valt, maar er wel nauw mee samenhangt: de sociale (pragmatische) communicatiestoornis.

  13. ADHD mag als nevendiagnose worden geclassificeerd.