Autistische stoornis

Volgens het classificatiesysteem van de DSM IV-TR werden binnen het autismespectrum enkele subgroepen onderscheiden, waaronder de autistische stoornis, ook wel  klassieke autisme genoemd. Mensen met een autistische stoornis ondervinden problemen op de volgende drie domeinen:

  1. Kwalitatieve beperking in sociale interacties met name in de wederkerigheid. Hiermee wordt bedoeld het weinig tot niet maken van oogcontact, een afwijkende gelaatsuitdrukking, lichaamshouding en gebaren tijdens het contact met anderen. Daarnaast slaagt iemand met een autistische stoornis er niet goed in om contact met leeftijdsgenoten te maken en vast te houden. Hij of zij kan slechts in beperkte mate plezier of bezigheden met anderen delen en is vooral gericht op zichzelf en minder op een ander.
  2. Kwalitatieve beperkingen in zowel verbale als non-verbale communicatie. Hiermee wordt bedoeld het niet of slechts in beperkte mate gebruik maken van gesproken taal, moeite een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden, gebruik van niet-bestaande woorden en een beperkte fantasie.
  3. Beperkte, zich herhalende stereotype patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten. Hiermee wordt bedoeld een sterke voorkeur voor een bepaald gespreks- of spelthema, een sterke behoefte om alles op dezelfde manier te doen, slecht tegen veranderingen kunnen en afwijkingen in de motoriek (zoals een houterige motoriek of fladderen).

In de DSM-5 is de autistische stoornis als aparte stoornis vervallen en valt onder de autismespectrumstoornis.