Medicatie

Er zijn op dit moment geen medicijnen die de kernsymptomen van autisme direct beïnvloeden. Met andere woorden: er is geen medicijn tegen autisme. Wel zijn er medicijnen die de emotionele gedragsproblemen die vaak in combinatie met autismeoptreden, kunnen verminderen. Daarmee komt het betreffende kind dan vaak in een betere conditie, waardoor de andere vormen van therapie beter werken. Medicijnen voor aandoeningen die in combinatie met autisme optreden, werken ook bij kinderen en volwassenen met autisme. In de praktijk worden medicijnen gegeven bij:

• druk en ongeconcentreerd gedrag (ADHD-symptomen);
• driftaanvallen en agressie;
• zelfverwonding (ook wel automutilatie genoemd);
• tics;
• star of rigide gedrag
• symptomen van angst en depressie
• ‘ontstemming’ (ten gevolge van overprikkeling).

Wanneer ADHD-symptomen op de voorgrond staan is methylfenidaat, één van de psychostimulantia, de eerste keus. Patiënten met autisme (en dan vooral de kinderen met een verstandelijke handicap) lijken sneller last te hebben van bijwerkingen bij psychostimulantia. Toch is dit de beste optie gezien de grote ervaring met deze middelen en de snelle werking ervan. Bijwerkingen zijn vaak dosisafhankelijk en verdwijnen snel na het verminderen van de dosering. Atomoxetine is tweede keus. Ook Clonidine komt in aanmerking bij onvoldoende effect van de psychostimulantia. Daarnaast valt te denken aan Risperidon en pipamperon, zeker wanneer er ook sprake is van (ernstige) agressief gedrag.

Wanneer disruptief gedrag als agressie en automutilatie (zelfbeschadiging) sterk op de voorgrond treedt, is binnen de groep van de antipsychotica Risperidon het middel van eerste keus. Daarna pipamperon en Aripiprazol. Gewichtstoename is een belangrijke bijwerking van antipsychotica. Bij Aripiprazol treedt gewichtstoename minder frequent op en is vaak ook minder ernstig. Bij voornamelijk dwangmatigheid en/of angst en depressie komen de antidepressiva Fluoxetine,Sertraline en Fluvoxamine in aanmerking.